NCPV — naar de website

Voor een sterker Nederland

Kernwaarden en uitgangspunten

Nationaal Conservatieve Patriottische Volkspartij — NCPV

Versie 1.0

Blader door het document Download PDF (1,4 MB)

De twintig kernwaarden in het kort

De NCPV heeft twintig kernwaarden. Hieronder staat elke kernwaarde met haar kernzin. De volledige toelichting per kernwaarde volgt hieronder; via de inhoudsopgave gaat u er direct naartoe.

  1. Nederland op één: Nederlandse burgers, nationale belangen en nationale besluitvorming staan centraal.
  2. Nationale soevereiniteit: Nederland moet zoveel mogelijk zelf kunnen beslissen over grenzen, migratie, economie, energie en wetgeving.
  3. Vrijheid: Bescherming van individuele vrijheid, vrijheid van meningsuiting, ondernemerschap en persoonlijke verantwoordelijkheid.
  4. Democratische zeggenschap: Burgers moeten daadwerkelijk invloed hebben op bestuur en belangrijke nationale besluiten.
  5. Nederlandse identiteit en cultuur: Behoud van de Nederlandse taal, geschiedenis, tradities, normen en cultureel erfgoed.
  6. Veiligheid en rechtsorde: Een overheid die criminaliteit bestrijdt, grenzen bewaakt en wetten consequent handhaaft.
  7. Beheersbare immigratie: Immigratie en asiel moeten controleerbaar zijn en aansluiten bij draagkracht en nationale belangen.
  8. Integratie en burgerschap: Wie duurzaam in Nederland woont, respecteert de rechtsstaat, leert de taal en neemt deel aan de samenleving.
  9. Boeren, vissers en voedselzekerheid: Bescherming van Nederlandse voedselproductie en een levensvatbare agrarische sector.
  10. Regio en platteland: Voorzieningen en bereikbaarheid in de regio tellen volwaardig mee; beleid wordt niet uitsluitend vanuit de Randstad bepaald.
  11. Bestaanszekerheid: Werken moet lonen; wonen, energie, boodschappen en zorg moeten financieel bereikbaar blijven.
  12. Ondernemerschap en MKB: Minder bureaucratie en ruimte voor ondernemers, zelfstandigen en familiebedrijven.
  13. Realistisch klimaat- en energiebeleid: Betaalbaarheid, leveringszekerheid, innovatie en uitvoerbaarheid wegen mee naast klimaatdoelen.
  14. Minder bureaucratie: Een kleinere, begrijpelijkere en beter uitvoerbare overheid.
  15. Menselijke maat: Burgers mogen niet vastlopen in regels, systemen en uitvoeringsinstanties.
  16. Gemeenschapszin: Sterke gezinnen, buurten, verenigingen en lokale gemeenschappen dragen bij aan maatschappelijke samenhang.
  17. Eigen verantwoordelijkheid: Vrijheid gaat samen met verantwoordelijkheid voor eigen keuzes, gezin en omgeving.
  18. Sterke defensie en nationale weerbaarheid: Nederland moet zijn bevolking, grondgebied en vitale infrastructuur effectief kunnen beschermen.
  19. Verantwoord financieel beleid: Belastinggeld wordt doelmatig besteed en de overheidsschuld blijft beheersbaar.
  20. Pragmatisch bestuur: Beleid moet uitvoerbaar zijn en aantoonbaar werken.

Inleiding

Deze uitgave licht de twintig kernwaarden van de Nationaal Conservatieve Patriottische Volkspartij toe. De kernwaarden zijn eerder in korte vorm vastgelegd in de brontekst ‘Kernwaarden en ondernemerschap’. Daar staat bij elke waarde één zin. Die zinnen zijn bewust kort, maar een korte zin laat ruimte voor verschillende lezingen. Deze uitgave legt daarom uit wat de NCPV met elke waarde bedoelt, waarom de waarde belangrijk is en hoe zij kan worden gebruikt om bestuur en beleid te beoordelen.

Het doel van de uitgave is beperkt en duidelijk. Zij voegt geen nieuwe standpunten toe en verandert niets aan de koers die in de brontekst is vastgelegd. Zij is ook geen verkiezingsprogramma: er staan geen wetsvoorstellen, bedragen of termijnen in. Wie wil weten hoe de NCPV een vraagstuk benadert, vindt hier de maatstaven die de partij daarbij hanteert. De uitwerking in concrete maatregelen hoort thuis in programma’s en standpunten die langs een eigen weg tot stand komen.

De kernwaarden zijn uitgangspunten en geen gedetailleerde regels. Samen beschrijven zij wat voor land de NCPV wil behouden en versterken: een land dat zelf over zijn koers beslist, waar burgers vrij en veilig kunnen leven, waar de eigen taal en geschiedenis worden doorgegeven, waar werken en ondernemen lonen en waar de overheid begrijpelijk en betrouwbaar is. De kernwaarden zijn stellig geformuleerd. Zij zeggen wat voorop hoort te staan. Tegelijk gaan zij uit van respect voor iedereen die de rechtsstaat respecteert en bijdraagt aan de samenleving.

De twintig waarden staan niet los van elkaar. Nederland op één is het vertrekpunt: bij elke keuze hoort de vraag wat die betekent voor de mensen die in Nederland wonen, werken en hun leven opbouwen. Nationale soevereiniteit en democratische zeggenschap gaan over de vraag wie beslist. Vrijheid en eigen verantwoordelijkheid horen bij elkaar. Veiligheid, beheersbare immigratie en integratie raken aan de samenhang van de samenleving. Boeren en vissers, de regio, bestaanszekerheid en ondernemerschap gaan over het dagelijks bestaan van huishoudens en bedrijven. De waarden over bureaucratie, menselijke maat, financieel beleid en pragmatisch bestuur gaan over de kwaliteit van de overheid zelf. Een apart hoofdstuk over de samenhang werkt deze verbanden verder uit.

Elke kernwaarde wordt op dezelfde manier behandeld. Eerst staat de kernzin uit de brontekst, letterlijk overgenomen. Daarna volgt wat de NCPV met de waarde bedoelt, waarom zij belangrijk is en wat zij betekent voor de beoordeling van bestuur en beleid. Waar dat helpt, maakt een voorbeeld uit het dagelijks leven de waarde concreet. Zo’n voorbeeld is een illustratie en beschrijft geen bestaande situatie of genomen besluit. Elke kernwaarde sluit af met een verwijzing naar een andere waarde waarmee zij nauw samenhangt. Na de twintig kernwaarden volgt een hoofdstuk over ondernemerschap en economische vrijheid, waarin de uitgangspunten van de NCPV voor ondernemers worden toegelicht.

De vragen die bij elke kernwaarde onder bestuur en beleid staan, zijn bedoeld als hulpmiddel. Zij helpen om voorstellen, besluiten en de uitvoering daarvan te beoordelen. Een voorstel dat bij de ene waarde goed uitpakt, kan bij een andere tekortschieten. Het afwegen van waarden tegen elkaar blijft daarom een taak van verantwoordelijk bestuur. De kernwaarden geven richting aan die afweging, maar nemen haar niet weg.

De twintig kernwaarden

1. Nederland op één

Nederlandse burgers, nationale belangen en nationale besluitvorming staan centraal.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Met ‘Nederland op één’ bedoelt de NCPV dat het Nederlandse bestuur in de eerste plaats verantwoordelijk is voor de mensen in Nederland. Bij wetgeving, uitgaven en internationale afspraken hoort de eerste vraag te zijn wat een keuze betekent voor Nederlandse burgers en voor het land als geheel. Nationale belangen en nationale besluitvorming vormen daarbij het vertrekpunt.

Dat is geen afwijzing van andere landen of van internationale samenwerking. Het gaat om een volgorde van verantwoordelijkheid. Regering en volksvertegenwoordiging zijn gekozen om voor dit land te werken en leggen daarover verantwoording af aan de eigen bevolking.

Waarom is dit belangrijk?

Deze waarde is het vertrekpunt van de andere kernwaarden. Soevereiniteit, veiligheid, bestaanszekerheid en de zorg voor de regio krijgen pas betekenis als duidelijk is voor wie het bestuur werkt. Wanneer die vraag naar de achtergrond verdwijnt, groeit het gevoel dat besluiten elders en voor anderen worden genomen. Dat ondermijnt het vertrouwen van burgers in hun eigen overheid.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Voor bestuur en beleid betekent dit dat bij elk belangrijk besluit zichtbaar moet zijn wat het Nederland oplevert en wat het kost. Welk Nederlands belang wordt met het besluit gediend? Wie in Nederland draagt de lasten en wie heeft er baat bij? Is het besluit in Nederland genomen, of wordt het vooral elders bepaald? En kan het bestuur tegenover de eigen burgers uitleggen waarom deze keuze de juiste is?

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 2: Nationale soevereiniteit. Wie Nederland op één zet, moet ook zelf over de belangrijke keuzes kunnen beslissen. Nationale soevereiniteit (kernwaarde 2) geeft deze waarde daarom haar praktische betekenis.

2. Nationale soevereiniteit

Nederland moet zoveel mogelijk zelf kunnen beslissen over grenzen, migratie, economie, energie en wetgeving.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Nationale soevereiniteit betekent voor de NCPV dat Nederland zoveel mogelijk zelf beslist over de onderwerpen die het land het meest raken. De kernzin noemt grenzen, migratie, economie, energie en wetgeving. Op die terreinen hoort de laatste zeggenschap te liggen bij de Nederlandse kiezer en de Nederlandse volksvertegenwoordiging.

Samenwerking met andere landen blijft mogelijk en kan Nederland versterken. De woorden ‘zoveel mogelijk’ geven aan dat het om een uitgangspunt gaat en niet om een absolute regel. Samenwerking is een keuze die Nederland zelf maakt, geen vanzelfsprekende overdracht van bevoegdheden.

Waarom is dit belangrijk?

Democratie werkt alleen als kiezers echt invloed hebben op de keuzes die hun leven bepalen. Wanneer belangrijke besluiten steeds verder van de Nederlandse volksvertegenwoordiging af worden genomen, kunnen burgers minder goed nagaan wie verantwoordelijk is. Soevereiniteit is daarmee een voorwaarde voor verantwoording: wie beslist, moet door de eigen burgers kunnen worden aangesproken.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Bij internationale afspraken en voorstellen die bevoegdheden raken, stelt deze waarde een aantal vragen. Blijft de Nederlandse volksvertegenwoordiging in staat om op het betreffende terrein zelf de koers te bepalen? Is duidelijk welke zeggenschap wordt gedeeld of overgedragen, en is dat vooraf openlijk besproken? Weegt het voordeel van samenwerking op tegen het verlies aan eigen beslissingsruimte? En blijft er ruimte om een gemaakte keuze later opnieuw te beoordelen?

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 4: Democratische zeggenschap. Soevereiniteit gaat over de vraag of Nederland zelf beslist. Democratische zeggenschap (kernwaarde 4) gaat over de vraag of burgers daarbij werkelijk invloed hebben. Beide zijn nodig om besluiten dicht bij de kiezer te houden.

3. Vrijheid

Bescherming van individuele vrijheid, vrijheid van meningsuiting, ondernemerschap en persoonlijke verantwoordelijkheid.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Vrijheid is voor de NCPV het uitgangspunt in de verhouding tussen burger en overheid. Burgers hoeven niet uit te leggen waarom zij iets willen doen; de overheid moet uitleggen waarom zij iets beperkt. De kernzin noemt vier elementen: individuele vrijheid, vrijheid van meningsuiting, ondernemerschap en persoonlijke verantwoordelijkheid.

Vrijheid van meningsuiting betekent dat burgers binnen de grenzen van de wet hun opvattingen openlijk kunnen uiten, ook als die schuren. Ondernemerschap is de economische kant van vrijheid: de ruimte om een bedrijf te beginnen en risico te nemen.

Waarom is dit belangrijk?

Een vrije samenleving is sterker, omdat mensen zelf initiatief nemen, van mening verschillen en elkaar aanspreken. De NCPV verbindt vrijheid uitdrukkelijk met verantwoordelijkheid. Wie ruimte krijgt voor eigen keuzes, draagt ook de gevolgen ervan. Juist die combinatie maakt dat de overheid niet alles hoeft te regelen.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Bij nieuwe regels vraagt deze waarde om een duidelijke rechtvaardiging. Is de beperking van vrijheid noodzakelijk en in verhouding tot het doel? Is er een minder ingrijpende manier om hetzelfde te bereiken? Blijft er ruimte voor een open debat, ook over gevoelige onderwerpen? En houdt de regel rekening met ondernemers en zelfstandigen, die de gevolgen van nieuwe verplichtingen vaak als eersten merken?

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Denk aan iemand die naast een baan een klein bedrijf wil beginnen. Als de eerste stap bestaat uit een reeks formulieren, vergunningen en onduidelijke voorwaarden, haakt deze persoon misschien af. Vrijheid betekent hier dat de weg naar een eigen initiatief open en begrijpelijk is.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 17: Eigen verantwoordelijkheid. Vrijheid en eigen verantwoordelijkheid (kernwaarde 17) horen bij elkaar. De kernzin van die waarde zegt het zelf: vrijheid gaat samen met verantwoordelijkheid voor eigen keuzes, gezin en omgeving.

4. Democratische zeggenschap

Burgers moeten daadwerkelijk invloed hebben op bestuur en belangrijke nationale besluiten.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Democratische zeggenschap betekent voor de NCPV dat burgers werkelijk invloed hebben op het bestuur en op belangrijke nationale besluiten. Het woord ‘daadwerkelijk’ is bewust gekozen. Formele inspraak is niet genoeg als burgers niet kunnen zien wat er met hun stem of hun inbreng gebeurt.

Zeggenschap vraagt ook om besluitvorming die te volgen is. Burgers moeten kunnen begrijpen wie een besluit neemt, op welke grond dat gebeurt en wie daarvoor verantwoordelijk is.

Waarom is dit belangrijk?

Democratie is meer dan eens in de paar jaar stemmen. Juist bij besluiten die het land ingrijpend veranderen, moeten burgers merken dat hun stem gewicht heeft. Als besluiten onbegrijpelijk worden of de verantwoordelijkheid onduidelijk blijft, verliest de democratie aan vertrouwen. Een bestuur dat zich open verantwoordt, maakt het voor burgers bovendien makkelijker om een besluit te aanvaarden waarmee zij het niet eens zijn.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Voor bestuur en beleid volgen hieruit een aantal toetsvragen. Is het besluit tot stand gekomen via de gekozen volksvertegenwoordiging, en kon die er werkelijk over beslissen? Is de besluitvorming openbaar en in begrijpelijke taal uitgelegd? Zijn de gevolgen van het besluit vooraf duidelijk gemaakt? En is achteraf na te gaan wie verantwoordelijk was, zodat burgers het bestuur daarop kunnen aanspreken?

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 14: Minder bureaucratie. Zeggenschap veronderstelt dat burgers het bestuur kunnen volgen. Een kleinere, begrijpelijkere en beter uitvoerbare overheid, zoals bedoeld in minder bureaucratie (kernwaarde 14), maakt het eenvoudiger om te zien wie waarvoor verantwoordelijk is.

5. Nederlandse identiteit en cultuur

Behoud van de Nederlandse taal, geschiedenis, tradities, normen en cultureel erfgoed.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Met Nederlandse identiteit en cultuur bedoelt de NCPV het geheel van taal, geschiedenis, tradities, normen en cultureel erfgoed dat Nederlanders met elkaar verbindt. Het gaat om wat generaties hebben opgebouwd en doorgegeven: de Nederlandse taal, kennis van de eigen geschiedenis, gebruiken en feestdagen, monumenten en landschappen, en de omgangsvormen die het samenleven mogelijk maken.

Behoud betekent niet dat cultuur stilstaat. Een levende cultuur verandert, maar dat gaat het best wanneer de basis bekend is en bewust wordt doorgegeven.

Waarom is dit belangrijk?

Een land is meer dan een economie of een verzameling regels. Een gedeelde taal en een gedeelde geschiedenis maken het mogelijk om elkaar te verstaan, ook bij meningsverschillen. Wie weet waar het land vandaan komt, kan beter meepraten over waar het naartoe gaat. Wat niet actief wordt doorgegeven, kan binnen enkele generaties verloren raken.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Deze waarde vraagt bij beleid aandacht voor overdracht. Krijgt de Nederlandse taal de plaats die zij verdient in onderwijs, bestuur en openbare communicatie? Wordt de eigen geschiedenis in samenhang en met kennis van zaken doorgegeven? Worden erfgoed en tradities serieus meegewogen wanneer andere belangen ertegenover staan? En krijgen verenigingen en gemeenschappen die tradities levend houden daarvoor de ruimte?

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Neem een dorp waar vrijwilligers al generaties lang een jaarlijkse traditie organiseren. Als de regels voor zo’n evenement steeds zwaarder worden, kan de traditie verdwijnen zonder dat iemand daar bewust voor heeft gekozen. Behoud van cultuur vraagt dan om oog voor wat regels betekenen voor wat van onderop is gegroeid.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 16: Gemeenschapszin. Tradities worden vooral doorgegeven in gezinnen, buurten en verenigingen. Daarom hangt deze waarde nauw samen met gemeenschapszin (kernwaarde 16).

6. Veiligheid en rechtsorde

Een overheid die criminaliteit bestrijdt, grenzen bewaakt en wetten consequent handhaaft.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Veiligheid en rechtsorde betekent voor de NCPV een overheid die haar kerntaak serieus neemt: criminaliteit bestrijden, grenzen bewaken en wetten consequent handhaven. Consequent wil zeggen dat regels voor iedereen gelden en ook werkelijk worden gehandhaafd, ongeacht wie de overtreder is of waar de overtreding plaatsvindt.

Burgers moeten erop kunnen rekenen dat afspraken gelden, dat onrecht wordt rechtgezet en dat wie zich aan de regels houdt niet de dupe wordt van wie dat niet doet.

Waarom is dit belangrijk?

Veiligheid is de eerste taak van de overheid en een voorwaarde voor bijna alle andere waarden. Zonder veiligheid is vrijheid beperkt, want wie zich niet veilig voelt, trekt zich terug. Wanneer regels niet worden gehandhaafd, verliezen zij hun betekenis en ontstaat het gevoel dat naleven geen zin heeft. Consequente handhaving beschermt daarom juist de burger die zich aan de wet houdt.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Bij de beoordeling van beleid stelt deze waarde de volgende vragen. Worden bestaande wetten ook in de praktijk gehandhaafd? Hebben politie, justitie en grensbewaking de duidelijkheid en de mogelijkheden die zij nodig hebben om hun werk te doen? Worden vergelijkbare overtredingen op vergelijkbare wijze behandeld? En staat bij nieuwe regels vooraf vast hoe zij zullen worden gehandhaafd?

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Denk aan een winkelier die herhaaldelijk aangifte doet van diefstal, maar daarna nooit iets terughoort. Na verloop van tijd doet hij geen aangifte meer. Het probleem is dan niet alleen de diefstal, maar ook het verlies van vertrouwen in de rechtsorde.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 18: Sterke defensie en nationale weerbaarheid. Sterke defensie en nationale weerbaarheid (kernwaarde 18) vult deze waarde aan met de bescherming van bevolking, grondgebied en vitale infrastructuur. Samen vormen zij de basis voor een veilig Nederland.

7. Beheersbare immigratie

Immigratie en asiel moeten controleerbaar zijn en aansluiten bij draagkracht en nationale belangen.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Met beheersbare immigratie bedoelt de NCPV dat immigratie en asiel controleerbaar zijn en aansluiten bij de draagkracht en de belangen van Nederland. Controleerbaar betekent dat de overheid weet wie het land binnenkomt, op welke grond en onder welke voorwaarden, en dat genomen besluiten ook worden uitgevoerd.

Draagkracht verwijst naar wat de samenleving aankan op het gebied van wonen, zorg, onderwijs en maatschappelijke samenhang. Het gaat hier om een uitgangspunt en niet om een vastgesteld getal: de omvang van immigratie en de voorwaarden daarvoor moeten het resultaat zijn van bewuste en controleerbare keuzes.

Waarom is dit belangrijk?

Een samenleving kan nieuwkomers alleen goed opnemen als de voorzieningen en de onderlinge samenhang dat toelaten. Wanneer immigratie niet te overzien is, kan de druk op woningen, scholen, zorg en buurten oplopen. Ook voor nieuwkomers zelf is een beheersbaar stelsel beter, omdat duidelijke regels en tijdige besluiten zekerheid geven. Beheersbaarheid is daarmee een voorwaarde voor draagvlak.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Bij de beoordeling van beleid over immigratie en asiel horen de volgende vragen. Heeft Nederland zicht op en zeggenschap over wie het land binnenkomt? Worden besluiten over verblijf zorgvuldig en binnen een redelijke termijn genomen, en worden zij ook uitgevoerd? Is rekening gehouden met de gevolgen voor wonen, zorg, onderwijs en samenhang, ook op lokaal niveau? En is duidelijk welk nationaal belang met het beleid wordt gediend?

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 8: Integratie en burgerschap. Beheersbare immigratie en integratie en burgerschap (kernwaarde 8) vullen elkaar aan. Wie in Nederland komt wonen, moet kunnen meedoen, en dat lukt beter wanneer de komst van nieuwkomers in verhouding staat tot wat de samenleving kan dragen.

8. Integratie en burgerschap

Wie duurzaam in Nederland woont, respecteert de rechtsstaat, leert de taal en neemt deel aan de samenleving.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Integratie en burgerschap betekent voor de NCPV dat wie duurzaam in Nederland woont, de rechtsstaat respecteert, de Nederlandse taal leert en deelneemt aan de samenleving. Burgerschap omvat rechten én plichten: wie deel wil uitmaken van de samenleving, draagt ook verantwoordelijkheid voor die samenleving.

Respect voor de rechtsstaat houdt in dat de Nederlandse wetten, en de vrijheden die zij beschermen, voor iedereen gelden. Deelname kan op veel manieren: door werk, opleiding, vrijwilligerswerk of betrokkenheid bij de buurt.

Waarom is dit belangrijk?

Een samenleving houdt alleen samen als mensen elkaar kunnen verstaan en dezelfde basisregels erkennen. Taal is daarbij de sleutel. Zonder de taal is het moeilijk om werk te vinden, kinderen op school te begeleiden of mee te praten in de buurt. Integratie is daarom in het belang van de samenleving én van de nieuwkomer zelf.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Deze waarde vraagt bij beleid om duidelijkheid over wederzijdse verwachtingen. Zijn de verwachtingen over taal, rechtsstaat en deelname helder geformuleerd? Zijn er voldoende mogelijkheden om de taal te leren? Wordt deelname aan werk en samenleving gestimuleerd in plaats van ontmoedigd? En wordt consequent gehandeld wanneer verplichtingen niet worden nagekomen?

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Denk aan iemand die al enkele jaren in Nederland woont, werk heeft en ’s avonds de taal leert. De taal opent voor die persoon deuren: op het werk, op de school van de kinderen en in de buurt. Integratie is dan geen eis van buitenaf, maar een weg naar een volwaardige plaats in de samenleving.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 5: Nederlandse identiteit en cultuur. Taal en gedeelde normen verbinden deze waarde met Nederlandse identiteit en cultuur (kernwaarde 5). Wie de taal leert en de geschiedenis leert kennen, krijgt toegang tot wat Nederlanders met elkaar delen.

9. Boeren, vissers en voedselzekerheid

Bescherming van Nederlandse voedselproductie en een levensvatbare agrarische sector.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Met deze waarde bedoelt de NCPV dat Nederland zijn eigen voedselproductie beschermt en dat de agrarische sector levensvatbaar blijft. Levensvatbaar betekent dat boeren, tuinders en vissers van hun werk kunnen leven, kunnen investeren en hun bedrijf kunnen overdragen aan een volgende generatie.

Voedselzekerheid betekent dat een land in een belangrijk deel van zijn eigen voedsel kan blijven voorzien. Daarvoor zijn bedrijven, vakmanschap en kennis nodig die niet vanzelf terugkomen als zij eenmaal verdwenen zijn.

Waarom is dit belangrijk?

Een land dat zijn eigen voedsel kan produceren, staat sterker. Boeren en vissers leveren bovendien meer dan voedsel. Zij onderhouden het landschap, dragen bij aan de economie van platteland en kust en houden vakmanschap levend. Wanneer zij geen perspectief meer hebben, verdwijnen niet alleen bedrijven, maar ook een deel van de leefbaarheid van dorpen en kustgemeenschappen.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Bij beleid dat landbouw of visserij raakt, zijn drie vragen van belang. Houden boeren en vissers na dit besluit een reëel toekomstperspectief? Zijn de regels stabiel genoeg om investeringen voor de lange termijn mogelijk te maken? En is rekening gehouden met de gevolgen voor de voedselproductie in Nederland?

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Stel dat een jonge boerin het bedrijf van haar ouders wil overnemen. Zij moet daarvoor investeringen doen die zich pas na vele jaren terugverdienen. Als de regels in die periode steeds veranderen, wordt de overname een onverantwoord risico. Voorspelbaarheid is dan het verschil tussen doorgaan en stoppen.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 10: Regio en platteland. Boeren en vissers zijn nauw verbonden met de regio. Hun bedrijven dragen bij aan werk en leefbaarheid buiten de grote steden, en daarom hangt deze waarde samen met regio en platteland (kernwaarde 10).

10. Regio en platteland

Voorzieningen en bereikbaarheid in de regio tellen volwaardig mee; beleid wordt niet uitsluitend vanuit de Randstad bepaald.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Met deze waarde bedoelt de NCPV dat voorzieningen en bereikbaarheid in de regio volwaardig meetellen. Beleid wordt niet uitsluitend vanuit de Randstad bepaald, maar houdt rekening met de omstandigheden elders in Nederland.

Voorzieningen zijn de dingen die het dagelijks leven mogelijk maken, zoals een huisarts, een school, een winkel, een sportvereniging en openbaar vervoer. Bereikbaarheid betekent dat die voorzieningen en het werk binnen een redelijke afstand en tijd te bereiken zijn.

Waarom is dit belangrijk?

Nederland bestaat niet alleen uit de grote steden in het westen. Wanneer beleid vooral vanuit het perspectief van de grote stad wordt gemaakt, zien bestuurders gemakkelijk over het hoofd wat een maatregel betekent voor een dorp waar de bus weinig rijdt. Als voorzieningen verdwijnen, komt de leefbaarheid onder druk. Een sterke regio draagt bij aan een sterk land.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Voor bestuur en beleid betekent deze waarde dat de gevolgen voor de regio vooraf worden meegewogen. Wat betekent een besluit het voor de bereikbaarheid van werk, zorg en onderwijs buiten de Randstad? Worden regionale belangen gelijkwaardig meegewogen bij de verdeling van middelen en aandacht? En zijn inwoners en bestuurders uit de regio betrokken bij de besluitvorming?

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Stel dat een regel ervan uitgaat dat iedereen op korte afstand een station, een loket of een ziekenhuis heeft. In de stad klopt dat vaak, in een dorp ver van de dichtstbijzijnde voorziening niet. Volwaardige aandacht voor de regio betekent dat zulke verschillen vooraf worden gezien.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 4: Democratische zeggenschap. Volwaardige aandacht voor de regio vraagt dat ook inwoners buiten de Randstad werkelijk invloed hebben op besluiten die hen raken. Daarmee sluit deze waarde aan bij democratische zeggenschap (kernwaarde 4).

11. Bestaanszekerheid

Werken moet lonen; wonen, energie, boodschappen en zorg moeten financieel bereikbaar blijven.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Met bestaanszekerheid bedoelt de NCPV dat huishoudens de basis van hun bestaan op orde kunnen houden en daarop kunnen bouwen. Wie werkt, moet daar merkbaar op vooruitgaan en daarvan fatsoenlijk kunnen leven. Daarnaast moeten de vaste lasten van het dagelijks leven financieel bereikbaar blijven voor gewone huishoudens.

Waarom is dit belangrijk?

Zekerheid over het eigen bestaan geeft mensen rust en ruimte om vooruit te kijken: een gezin te stichten, een opleiding te volgen, een woning te zoeken of een bedrijf te beginnen. Wanneer werken nauwelijks iets oplevert of de vaste lasten onvoorspelbaar stijgen, verdwijnt die ruimte. Dan gaat ook het vertrouwen verloren dat inzet wordt beloond.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Bij de beoordeling van beleid staat de vraag centraal wat een maatregel betekent voor gewone huishoudens. Wat doet het besluit met het besteedbare inkomen van werkende huishoudens? Gaat iemand die meer uren werkt of een betere baan aanneemt er ook werkelijk op vooruit? Worden de kosten van wonen, energie, boodschappen of zorg hoger, en is dat dan uit te leggen? Beleid dat op papier evenwichtig is, maar in de portemonnee van gewone huishoudens onevenredig hard aankomt, schiet volgens de NCPV tekort.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Stel dat een alleenstaande ouder een aantal uren per week meer gaat werken, maar door wegvallende toeslagen en hogere eigen bijdragen per saldo niets overhoudt. Dan werkt het stelsel tegen de inzet in die het juist zou moeten belonen.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 13: Realistisch klimaat- en energiebeleid. Betaalbare energie is een directe voorwaarde voor bestaanszekerheid. Daarom weegt bij realistisch klimaat- en energiebeleid (kernwaarde 13) de energierekening van huishoudens nadrukkelijk mee.

12. Ondernemerschap en MKB

Minder bureaucratie en ruimte voor ondernemers, zelfstandigen en familiebedrijven.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

De NCPV beschouwt ondernemerschap als een zelfstandige kernwaarde. Daarmee wordt bedoeld dat de overheid ruimte laat aan mensen die initiatief nemen: de zelfstandige die voor eigen rekening werkt, de winkelier, de installateur, het familiebedrijf dat al generaties bestaat en de ondernemer die personeel aanneemt en investeert. Ruimte betekent hier vooral minder bureaucratie, zodat tijd en energie naar het ondernemen zelf kunnen gaan.

Waarom is dit belangrijk?

Ondernemers, zelfstandigen, familiebedrijven en het MKB vormen volgens de NCPV het fundament van de Nederlandse economie. Zij scheppen werkgelegenheid, houden vakmanschap in stand en zijn in veel dorpen en wijken vaste ankerpunten van het lokale leven. Wie een onderneming drijft, neemt risico en draagt verantwoordelijkheid voor klanten, personeel en omgeving. Die inzet verdient waardering en een overheid die haar niet onnodig bemoeilijkt.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Bij nieuw en bestaand beleid vraagt de NCPV wat het betekent voor een kleine of middelgrote onderneming zonder eigen juridische of fiscale afdeling. Is de regel noodzakelijk, begrijpelijk en uitvoerbaar? Hoeveel tijd kost de naleving, en staat die tijd in verhouding tot het doel? Blijven de spelregels lang genoeg gelijk om op te kunnen plannen en investeren?

Het hoofdstuk ‘Ondernemerschap en economische vrijheid’ werkt deze kernwaarde verder uit in veertien uitgangspunten, van rechtszekerheid en snellere vergunningverlening tot bedrijfsopvolging en eerlijke internationale concurrentie.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 3: Vrijheid. Ondernemerschap is een concrete vorm van vrijheid (kernwaarde 3): de vrijheid om initiatief te nemen, risico te dragen en zelf de opbrengst van die inzet te ontvangen. De kernzin van die waarde noemt ondernemerschap dan ook uitdrukkelijk.

13. Realistisch klimaat- en energiebeleid

Betaalbaarheid, leveringszekerheid, innovatie en uitvoerbaarheid wegen mee naast klimaatdoelen.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

De NCPV verstaat onder realistisch klimaat- en energiebeleid een beleid waarin klimaatdoelen niet los worden gezien van hun praktische gevolgen. Naast die doelen wegen vier zaken volwaardig mee: of energie betaalbaar blijft, of de levering zeker is, of er ruimte is voor innovatie en of maatregelen in de praktijk uitvoerbaar zijn.

Waarom is dit belangrijk?

Energie is een basisvoorziening. Huishoudens hebben haar nodig om te wonen, bedrijven om te produceren en de samenleving als geheel om te functioneren. Wanneer energie onbetaalbaar of onzeker wordt, raakt dat de bestaanszekerheid van gezinnen en de continuïteit van ondernemingen tegelijk. Beleid dat mensen financieel overvraagt of in de uitvoering vastloopt, verliest bovendien zijn draagvlak.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

De NCPV beoordeelt klimaat- en energiemaatregelen aan de hand van een aantal vragen. Wat kost de maatregel voor huishoudens en bedrijven, en wie draagt die kosten? Blijft de energievoorziening betrouwbaar, ook op momenten van schaarste? Is de maatregel technisch en organisatorisch uitvoerbaar binnen de gestelde termijn? Laat het beleid ruimte voor nieuwe technieken en oplossingen, of legt het één route dwingend vast? Een maatregel die hierop niet overtuigt, verdient heroverweging.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Stel dat een verplichting wordt ingevoerd om binnen korte tijd over te stappen op een bepaalde installatie, terwijl er onvoldoende vakmensen, materialen of aansluitcapaciteit beschikbaar zijn. Dan stijgen de kosten en groeit de frustratie, zonder dat het beoogde doel dichterbij komt.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 20: Pragmatisch bestuur. Dat beleid uitvoerbaar moet zijn en aantoonbaar moet werken, zoals pragmatisch bestuur (kernwaarde 20) vraagt, geldt bij uitstek voor klimaat- en energiebeleid, waar de gevolgen voor huishoudens en bedrijven groot en langdurig zijn.

14. Minder bureaucratie

Een kleinere, begrijpelijkere en beter uitvoerbare overheid.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Met minder bureaucratie bedoelt de NCPV een overheid die zich richt op haar kerntaken en die taken goed uitvoert. Kleiner betekent: niet alles willen regelen en terughoudend zijn met nieuwe regels en procedures. Begrijpelijker betekent dat burgers en ondernemers zonder deskundige hulp kunnen nagaan wat er van hen wordt verwacht. Beter uitvoerbaar betekent dat regels in de praktijk ook werkelijk kunnen worden toegepast.

Waarom is dit belangrijk?

Elke regel heeft een prijs: tijd, geld, aandacht en soms het vertrouwen van mensen die er niet meer uitkomen. Een stapeling van regels maakt de overheid traag en ondoorzichtig. Een overheid die minder probeert te regelen, houdt meer ruimte over om de dingen die er werkelijk toe doen goed te doen. Eenvoud is daarmee geen doel op zich, maar een voorwaarde voor goed bestuur.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Bij nieuwe en bestaande regels hanteert de NCPV een vaste volgorde van vragen. Is de regel nodig, of kan het doel ook met bestaande middelen worden bereikt? Is hij begrijpelijk voor wie hem moet naleven, en uitvoerbaar voor wie hem moet toepassen? Draagt een bestaande regel nog bij aan een helder doel, of kan hij worden vereenvoudigd of geschrapt? De kwaliteit van de overheid wordt afgemeten aan wat zij oplevert, niet aan de hoeveelheid beleid die zij voortbrengt.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Denk aan een vereniging die voor een eenmalig dorpsfeest bij verschillende loketten formulieren moet indienen, elk met een eigen termijn. Het doel van die afzonderlijke regels is vaak redelijk, maar de optelsom ontmoedigt juist de vrijwilligers die het lokale leven dragen.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 15: Menselijke maat. Minder bureaucratie en menselijke maat (kernwaarde 15) liggen in elkaars verlengde: hoe eenvoudiger de regels, hoe kleiner de kans dat burgers en ondernemers vastlopen in systemen die zij niet kunnen overzien.

15. Menselijke maat

Burgers mogen niet vastlopen in regels, systemen en uitvoeringsinstanties.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

De menselijke maat houdt in dat de overheid rekening houdt met de concrete situatie van de mensen met wie zij te maken heeft. Achter elk dossier staat een persoon of een huishouden. De NCPV verstaat hieronder een overheid die bereikbaar is, duidelijk communiceert, fouten erkent en herstelt, en ruimte laat voor redelijkheid wanneer de strikte toepassing van een regel tot een onbedoelde of onevenredige uitkomst leidt.

Waarom is dit belangrijk?

De overheid heeft grote invloed op het leven van burgers, via inkomen, toeslagen, vergunningen, zorg en belastingen. Wie in die systemen vastloopt, weet vaak niet bij wie hij terecht kan. Vertrouwen in de overheid ontstaat niet door beleidsstukken, maar door de ervaring dat een brief begrijpelijk is, dat een medewerker bereikbaar is en dat een fout wordt rechtgezet.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

De NCPV toetst bestuur en uitvoering onder meer aan de volgende vragen. Kan een burger met een vraag of probleem een mens spreken die kan helpen? Zijn brieven en besluiten in begrijpelijke taal opgesteld? Is er ruimte om af te wijken wanneer een regel in een concreet geval onredelijk uitpakt? Worden fouten van de overheid snel hersteld, zonder dat de burger de last daarvan draagt? Beleid dat op deze punten niet voldoet, is volgens de NCPV niet af.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Stel dat iemand een terugvordering ontvangt voor een bedrag dat hij niet begrijpt, en telefonisch niemand bereikt die het kan uitleggen. Een korte, duidelijke toelichting en een vast aanspreekpunt kunnen dan veel onzekerheid en onnodige kosten voorkomen.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 4: Democratische zeggenschap. Burgers die de overheid als bereikbaar en redelijk ervaren, hebben meer vertrouwen in het bestuur als geheel. Menselijke maat in de uitvoering ondersteunt zo democratische zeggenschap (kernwaarde 4).

16. Gemeenschapszin

Sterke gezinnen, buurten, verenigingen en lokale gemeenschappen dragen bij aan maatschappelijke samenhang.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Met gemeenschapszin bedoelt de NCPV de onderlinge betrokkenheid die mensen met elkaar verbindt, los van overheid en markt. Die betrokkenheid krijgt vorm in het gezin, in de buurt, bij de sportclub, in het dorpshuis, in de geloofsgemeenschap en in de vele verenigingen waar mensen elkaar kennen en voor elkaar klaarstaan. Deze verbanden worden niet door de overheid gemaakt, maar door mensen zelf.

Waarom is dit belangrijk?

Een samenleving wordt sterker wanneer mensen zich verbonden voelen met hun directe omgeving. In sterke gemeenschappen wordt veel opgevangen voordat het een probleem wordt: buren letten op elkaar, vrijwilligers houden verenigingen draaiende en families zorgen voor jong en oud. Waar die verbanden verzwakken, komen mensen eerder alleen te staan en groeit de afhankelijkheid van de overheid.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

De NCPV beoordeelt beleid mede op de vraag of het gezinnen, buurten en verenigingen versterkt of juist verzwakt. Maakt een maatregel het voor vrijwilligers eenvoudiger of moeilijker om iets te organiseren? Blijven ontmoetingsplekken en lokale voorzieningen bestaan? Wordt de verantwoordelijkheid van gezinnen en gemeenschappen gerespecteerd, of neemt de overheid taken over die dichter bij huis beter kunnen worden gedragen? Beleid dat onbedoeld de sociale verbanden uitholt, verdient heroverweging.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Denk aan een wijk waar buren boodschappen doen voor een oudere bewoner, een sportclub jongeren een vaste plek biedt en vrijwilligers de buurtkamer openhouden. Wanneer zo’n netwerk wegvalt, is het met geen enkele overheidsregeling volledig te vervangen.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 10: Regio en platteland. Gemeenschapszin is in dorpen en kleine kernen vaak het sterkst zichtbaar. Daarom hangt deze waarde nauw samen met regio en platteland (kernwaarde 10): voorzieningen en bereikbaarheid bepalen mede of lokale gemeenschappen kunnen blijven bestaan.

17. Eigen verantwoordelijkheid

Vrijheid gaat samen met verantwoordelijkheid voor eigen keuzes, gezin en omgeving.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Eigen verantwoordelijkheid is voor de NCPV de keerzijde van vrijheid. Wie de ruimte krijgt om eigen keuzes te maken, maakt die keuzes met zorg en draagt ook de gevolgen ervan. Die verantwoordelijkheid reikt verder dan het eigen belang: zij omvat de zorg voor het eigen gezin, de omgang met buren en collega’s en de zorg voor de omgeving waarin men leeft.

Waarom is dit belangrijk?

Een samenleving waarin mensen verantwoordelijkheid nemen, heeft minder toezicht, minder regels en minder ingrijpen van bovenaf nodig. Eigen verantwoordelijkheid en een terughoudende overheid gaan daarom hand in hand. Verantwoordelijkheid geeft bovendien waardigheid: mensen worden aangesproken als volwassen burgers, niet als dossiers.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Deze waarde vraagt bij beleid om een zorgvuldige verdeling van verantwoordelijkheid. Krijgen burgers voldoende ruimte om zelf verantwoordelijkheid te dragen? Staat die verantwoordelijkheid in redelijke verhouding tot wat iemand kan overzien en beïnvloeden? Beloont het beleid zorgvuldig gedrag, of worden mensen die zich aan de regels houden en vooruitplannen er juist door benadeeld?

Eigen verantwoordelijkheid is geen reden om mensen in de steek te laten die buiten hun schuld in de problemen komen. Het vraagt wel dat de overheid mensen niet onnodig afhankelijk maakt en hun eigen inzet niet ontmoedigt.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Denk aan ouders die zorgen voor de opvoeding van hun kinderen, een ondernemer die instaat voor zijn personeel, of buren die samen hun straat schoon en veilig houden. In al die gevallen gaat vrijheid samen met zorg voor anderen.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 16: Gemeenschapszin. Eigen verantwoordelijkheid en gemeenschapszin (kernwaarde 16) vullen elkaar aan. Wie verantwoordelijkheid neemt voor gezin en omgeving, draagt bij aan de gezinnen, buurten en verenigingen die de samenleving bijeenhouden.

18. Sterke defensie en nationale weerbaarheid

Nederland moet zijn bevolking, grondgebied en vitale infrastructuur effectief kunnen beschermen.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

De NCPV verstaat onder een sterke defensie en nationale weerbaarheid het vermogen van Nederland om zijn bevolking, zijn grondgebied en zijn vitale infrastructuur daadwerkelijk te beschermen. Het gaat daarbij om een krijgsmacht die haar taken kan uitvoeren, maar ook om de weerbaarheid van de voorzieningen waarop de samenleving dagelijks draait, zoals energie, water, communicatie, transport en digitale systemen.

Waarom is dit belangrijk?

Vrijheid, veiligheid en welvaart zijn niet vanzelfsprekend; zij moeten ook kunnen worden verdedigd. Een land dat zichzelf niet kan beschermen, wordt afhankelijk van de goede wil van anderen. Weerbaarheid is bovendien breder dan militaire kracht: wanneer vitale voorzieningen uitvallen of worden verstoord, raakt dat direct het dagelijks leven van burgers en de continuïteit van bedrijven.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

De NCPV beoordeelt beleid op dit terrein op de vraag of Nederland zijn beschermende taken effectief kan blijven uitvoeren. Beschikt de krijgsmacht over de mensen en middelen die nodig zijn voor de taken die haar worden opgedragen? Is duidelijk wie verantwoordelijk is voor de bescherming van vitale infrastructuur, en wordt die bescherming ook getoetst? Samenwerking met bondgenoten is waardevol, maar ontslaat Nederland niet van de verantwoordelijkheid voor de eigen bescherming.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Denk aan een langdurige storing in de energievoorziening of het betalingsverkeer. De gevolgen reiken dan van ziekenhuizen tot winkels en huishoudens, en laten zien hoe nauw nationale weerbaarheid verbonden is met het gewone dagelijks leven.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 2: Nationale soevereiniteit. Weerbaarheid is een voorwaarde voor nationale soevereiniteit (kernwaarde 2). Een land kan pas werkelijk zelf beslissen over zijn toekomst wanneer het zijn bevolking en grondgebied kan beschermen.

19. Verantwoord financieel beleid

Belastinggeld wordt doelmatig besteed en de overheidsschuld blijft beheersbaar.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Verantwoord financieel beleid betekent voor de NCPV twee dingen. Ten eerste wordt belastinggeld doelmatig besteed: elke uitgave moet bijdragen aan een helder doel, en de overheid moet kunnen laten zien dat dat doel ook wordt bereikt. Ten tweede blijft de overheidsschuld beheersbaar, zodat de rekening van vandaag niet wordt doorgeschoven naar volgende generaties.

Waarom is dit belangrijk?

Belastinggeld is verdiend door burgers en bedrijven. Wie dat geld uitgeeft, draagt daarom een bijzondere verantwoordelijkheid. Degelijke overheidsfinanciën geven bovendien ruimte om tegenvallers en crises op te vangen zonder direct de lasten te verhogen of op kerntaken te bezuinigen. Een overheid die haar financiën op orde heeft, kan een betrouwbare partner zijn voor huishoudens en ondernemers, die zelf ook vooruit moeten kunnen plannen.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Bij de beoordeling van uitgaven en begrotingen stelt de NCPV een aantal vaste vragen. Wat is het doel van een uitgave, en hoe wordt gemeten of dat doel wordt bereikt? Wat gebeurt er als dat niet het geval is? Worden structurele uitgaven ook structureel gedekt? Welke lasten legt een besluit op toekomstige begrotingen en op volgende generaties? Uitgaven die niet aantoonbaar bijdragen aan hun doel, horen ter discussie te staan.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Stel dat een subsidieregeling jaar na jaar wordt verlengd zonder dat iemand nagaat wat zij heeft opgeleverd. Doelmatig beleid vraagt dan om een eerlijke evaluatie en de bereidheid om de regeling bij te stellen of te beëindigen.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 14: Minder bureaucratie. Een kleinere en beter uitvoerbare overheid, zoals bedoeld bij minder bureaucratie (kernwaarde 14), is ook een doelmatiger overheid. Zo komt een groter deel van het belastinggeld terecht bij de taken waarvoor het is bedoeld.

20. Pragmatisch bestuur

Beleid moet uitvoerbaar zijn en aantoonbaar werken.

Wat bedoelt de NCPV hiermee?

Pragmatisch bestuur betekent voor de NCPV dat beleid wordt beoordeeld op wat het in de praktijk oplevert. Goede bedoelingen zijn niet genoeg. Een besluit moet uitvoerbaar zijn voor de organisaties die het moeten toepassen, begrijpelijk voor de burgers en ondernemers die ermee te maken krijgen, en aantoonbaar bijdragen aan het doel waarvoor het is genomen.

Pragmatisch bestuur staat daarbij niet los van de overige kernwaarden. Die bepalen de richting; pragmatisme bepaalt hoe die richting in de praktijk wordt waargemaakt.

Waarom is dit belangrijk?

Beleid dat niet uitvoerbaar is, leidt tot vertraging, hogere kosten en teleurstelling. Het tast bovendien het vertrouwen in de overheid aan, omdat beloften niet worden waargemaakt. Door vooraf de uitvoerbaarheid te toetsen en achteraf eerlijk na te gaan wat een maatregel heeft opgeleverd, ontstaat een overheid die leert en haar koers tijdig kan bijstellen. Dat vraagt nuchterheid en de bereidheid om fouten te erkennen.

Wat betekent dit voor bestuur en beleid?

Voor elk groter besluit stelt de NCPV de volgende vragen. Is vooraf nagegaan of de uitvoering het besluit aankan, in mensen, middelen, systemen en tijd? Is helder benoemd wat het beleid moet opleveren en hoe dat wordt gemeten? Is vastgelegd wanneer en hoe het beleid wordt geëvalueerd? En is er de bereidheid om bij te stellen of te stoppen wanneer het beoogde resultaat uitblijft? Beleid dat op deze vragen geen antwoord heeft, is nog niet rijp voor besluitvorming.

Verband met andere kernwaarden

Kernwaarde 15: Menselijke maat. Of beleid uitvoerbaar is, wordt uiteindelijk zichtbaar aan het loket. Of burgers vastlopen in regels en systemen, zoals menselijke maat (kernwaarde 15) beschrijft, is daarom een van de duidelijkste toetsen van pragmatisch bestuur.

Ondernemerschap en economische vrijheid

Ondernemerschap krijgt binnen de NCPV een zelfstandige plaats als kernwaarde. Het wordt genoemd als onderdeel van vrijheid (kernwaarde 3) en vormt daarnaast een eigen kernwaarde: ondernemerschap en MKB (kernwaarde 12). Omdat de positie van ondernemers raakt aan vrijwel alle terreinen van bestuur, van belastingen en regelgeving tot energie, vergunningen en de omgang met uitvoeringsinstanties, heeft de NCPV haar uitgangspunten hierover afzonderlijk uitgewerkt.

Het gaat daarbij niet om één type onderneming. De zelfstandige zonder personeel, de winkelier in de dorpskern, het bouw- of installatiebedrijf, de agrarische ondernemer en het familiebedrijf dat al generaties bestaat, hebben elk hun eigen zorgen. Zij delen wel één ervaring: zij dragen zelf het risico van hun onderneming en zijn afhankelijk van een overheid die betrouwbaar, begrijpelijk en redelijk is.

Hieronder volgen de kernformulering en veertien uitgangspunten die dat voornemen uitwerken. Bij elk uitgangspunt geeft een toelichting aan wat de NCPV ermee bedoelt en waaraan beleid kan worden getoetst. De uitgangspunten beschrijven een richting en een maatstaf; zij vormen geen uitgewerkt pakket van maatregelen.

De NCPV ziet ondernemers, zelfstandigen, familiebedrijven en het MKB als fundament van de Nederlandse economie. De overheid moet hen ruimte geven om te groeien, investeren en werkgelegenheid te creëren, met lagere regeldruk, betrouwbare wetgeving en een eerlijk belastingstelsel.

1. Ruimte voor ondernemers

Ondernemers moeten kunnen ondernemen zonder verstikkende bureaucratie, onnodige vergunningseisen en voortdurend veranderende regels.

Ruimte om te ondernemen is het vertrekpunt van de uitgangspunten die volgen. De NCPV noemt drie zaken die die ruimte beperken: bureaucratie die zo zwaar wordt dat zij het ondernemen zelf verstikt, vergunningseisen die geen duidelijk doel dienen, en regels die zo vaak veranderen dat ondernemers er niet op kunnen bouwen.

Ruimte betekent niet dat er geen regels zijn. Regels voor veiligheid, gezondheid en eerlijke handel blijven nodig. De vraag is steeds of een eis werkelijk bijdraagt aan zo’n doel, en of hetzelfde doel niet met minder last kan worden bereikt.

2. Lagere lasten op arbeid en ondernemerschap

Belastingen en werkgeverslasten moeten voorspelbaar en concurrerend blijven.

Belastingen en werkgeverslasten bepalen in belangrijke mate of het aantrekkelijk is om te ondernemen, te investeren en mensen in dienst te nemen. De richting is lagere lasten op arbeid en ondernemerschap. Daarbij gelden twee eisen. De lasten moeten voorspelbaar zijn, zodat investeringsbeslissingen niet worden doorkruist door plotselinge wijzigingen, en concurrerend, zodat Nederland een aantrekkelijke plek blijft om een bedrijf te vestigen, te laten groeien en over te dragen.

Bij voorstellen die deze lasten raken, kijkt de NCPV daarom niet alleen naar de hoogte, maar ook naar de stabiliteit en naar de positie van Nederlandse ondernemers ten opzichte van hun concurrenten.

3. Minder regeldruk

Het MKB en familiebedrijven verdienen eenvoudiger administratie en minder complexe rapportageverplichtingen.

Regeldruk treft kleine ondernemingen onevenredig. Een groot bedrijf kan een afdeling inrichten voor administratie, rapportages en naleving; in een familiebedrijf of een onderneming met een paar medewerkers doet de ondernemer dat vaak zelf, ’s avonds of in het weekend.

De NCPV wil daarom dat administratie eenvoudiger wordt en rapportageverplichtingen minder complex. Toetsvragen daarbij zijn: wordt dezelfde informatie niet al elders bij de overheid aangeleverd, wordt de gevraagde informatie ook werkelijk gebruikt, en staat de tijd die naleving kost in verhouding tot het doel?

4. Rechtszekerheid voor bedrijven

De overheid moet betrouwbaar zijn en regels niet voortdurend met terugwerkende kracht of op korte termijn wijzigen.

Ondernemen is vooruitkijken. Wie investeert in een machine, een pand of personeel, rekent op spelregels die gedurende de terugverdientijd niet wezenlijk veranderen. Wanneer regels op korte termijn worden gewijzigd of met terugwerkende kracht worden aangepast, worden ondernemers geraakt in beslissingen die zij te goeder trouw onder de geldende regels hebben genomen.

Een betrouwbare overheid houdt zich aan haar eigen toezeggingen, kondigt wijzigingen tijdig aan en voorziet in redelijke overgangsregelingen. Dat is niet alleen een economisch belang, maar ook een kwestie van rechtsstaat: de overheid moet zelf de betrouwbaarheid tonen die zij van anderen vraagt.

5. Betere behandeling door de overheid

Belastingdienst, gemeenten en uitvoeringsorganisaties communiceren duidelijk, hanteren redelijke termijnen en handhaven proportioneel.

De NCPV stelt drie eisen aan de omgang tussen overheid en ondernemers. Communicatie moet duidelijk zijn, zodat een ondernemer begrijpt wat er van hem wordt gevraagd. Termijnen moeten redelijk zijn, zowel de termijnen die aan ondernemers worden gesteld als de tijd die de overheid zelf neemt. En handhaving moet proportioneel zijn: een vergissing te goeder trouw vraagt een andere reactie dan bewuste misleiding.

Hier raakt het ondernemerschap direct aan menselijke maat (kernwaarde 15). Wat voor burgers geldt, geldt ook voor ondernemers: zij mogen niet vastlopen in systemen en moeten een aanspreekpunt kunnen vinden dat hun situatie kent.

6. Werken en investeren moet lonen

Wie risico neemt, personeel aanneemt en investeert, mag daardoor niet onevenredig worden belast.

De ondernemer die risico neemt, personeel aanneemt en investeert, draagt bij aan werkgelegenheid en aan de economie als geheel. De NCPV vindt dat die inzet niet onevenredig mag worden belast. Wie de stap zet om een eerste medewerker aan te nemen of te investeren in uitbreiding, moet erop kunnen rekenen dat het stelsel die stap niet ontmoedigt.

Dit uitgangspunt is de ondernemerskant van wat bestaanszekerheid (kernwaarde 11) voor huishoudens vastlegt: werken moet lonen. Of iemand nu in loondienst werkt of voor eigen rekening, extra inzet hoort merkbaar iets op te leveren.

7. Bescherming van het Nederlandse MKB

Lokale en Nederlandse bedrijven krijgen een eerlijke kans bij aanbestedingen en ondervinden geen onnodig nadeel van regels die vooral grote bedrijven kunnen dragen.

Bij opdrachten van de overheid wil de NCPV dat lokale en Nederlandse bedrijven een eerlijke kans krijgen. Omvangrijke opdrachten, zware eisen aan omzet en referenties of ingewikkelde procedures kunnen ertoe leiden dat kleinere bedrijven bij voorbaat buiten beeld blijven, ook wanneer zij het werk goed zouden kunnen uitvoeren.

Hetzelfde geldt voor regelgeving in het algemeen. Wanneer een regel vooral kan worden gedragen door grote bedrijven met eigen specialisten, ontstaat een ongelijk speelveld dat niets met prestaties te maken heeft. Bij nieuwe regelgeving hoort daarom de vraag wat zij betekent voor het kleinste bedrijf dat eronder valt.

8. Snellere vergunningverlening

Kortere wachttijden voor uitbreiding, nieuwbouw, bedrijfsactiviteiten en investeringen.

Voor uitbreiding, nieuwbouw, nieuwe bedrijfsactiviteiten en investeringen is vaak een vergunning nodig. Lange wachttijden hebben directe gevolgen: investeringen worden uitgesteld, kosten lopen op en kansen gaan verloren. Voor een kleinere onderneming kan onzekerheid over de duur en de uitkomst van een procedure het verschil maken tussen doorzetten en afzien van een plan.

De NCPV wil daarom kortere wachttijden. Het gaat daarbij niet om het verlagen van inhoudelijke eisen, maar om een overheid die haar procedures zo inricht dat een ondernemer binnen redelijke tijd weet waar hij aan toe is.

9. Familiebedrijven en bedrijfsopvolging

Voorkomen dat gezonde bedrijven door fiscale druk bij overdracht moeten worden verkocht of opgesplitst.

Familiebedrijven zijn vaak generaties lang verbonden met een plaats, een vak en een vaste kring van klanten en medewerkers. Het moment van overdracht is kwetsbaar. De NCPV wil voorkomen dat een gezond bedrijf bij die overdracht moet worden verkocht of opgesplitst, alleen omdat de fiscale druk op dat moment niet op te brengen is.

Achter dit uitgangspunt staat meer dan een economisch belang. Een familiebedrijf dat kan doorgaan, behoudt werkgelegenheid en vakkennis in de eigen omgeving en blijft vaak betrokken bij het lokale verenigingsleven. De toets is daarom of de regels rond overdracht de continuïteit van gezonde bedrijven ondersteunen of ondermijnen.

10. Minder risico bij personeel aannemen

Werkgeverschap aantrekkelijker maken, vooral voor kleinere ondernemingen.

Voor een kleine onderneming is het aannemen van een eerste of tweede medewerker een grote stap. De verplichtingen en financiële risico’s die aan werkgeverschap verbonden zijn, wegen voor een bedrijf met weinig personeel zwaarder dan voor een grote organisatie die tegenvallers kan spreiden.

Dat betekent niet dat de bescherming van werknemers onbelangrijk is. Het vraagt wel om een evenwicht waarin de lasten en risico’s van werkgeverschap in verhouding staan tot wat een kleine werkgever redelijkerwijs kan dragen. Waar dat evenwicht ontbreekt, kan dat ondernemers ervan weerhouden om personeel aan te nemen.

11. Betaalbare energie voor bedrijven

Energiebeleid houdt rekening met concurrentiekracht en continuïteit van ondernemingen.

Voor veel bedrijven is energie een wezenlijke kostenpost, en voor sommige bepaalt de energieprijs of productie in Nederland de moeite waard blijft. De NCPV wil dat energiebeleid rekening houdt met de concurrentiekracht en de continuïteit van ondernemingen. Dat geldt voor de prijs van energie, maar ook voor de beschikbaarheid ervan: een bedrijf dat wil uitbreiden, moet kunnen rekenen op een aansluiting en voldoende capaciteit.

Dit uitgangspunt sluit aan bij realistisch klimaat- en energiebeleid (kernwaarde 13), waarin betaalbaarheid, leveringszekerheid, innovatie en uitvoerbaarheid meewegen naast klimaatdoelen.

12. Eerlijke internationale concurrentie

Nederlandse bedrijven mogen niet worden benadeeld tegenover concurrenten die onder veel minder strenge regels produceren.

Nederlandse bedrijven concurreren op markten waar ook bedrijven actief zijn die onder veel minder strenge regels produceren, bijvoorbeeld op het gebied van milieu, arbeidsomstandigheden of productveiligheid. Wanneer Nederlandse ondernemers aan hoge eisen moeten voldoen terwijl hun concurrenten dat niet hoeven, worden zij benadeeld op een manier die niets zegt over de kwaliteit van hun werk.

Bij het stellen van eisen hoort daarom de vraag of Nederlandse bedrijven daardoor op achterstand komen tegenover concurrenten elders, en of dat nadeel in verhouding staat tot wat de eis oplevert. Dit speelt onder meer in de landbouw en de visserij, sectoren die in boeren, vissers en voedselzekerheid (kernwaarde 9) een eigen kernwaarde hebben.

13. Waardering voor vakmanschap

Ondernemers, zelfstandigen, boeren en familiebedrijven worden erkend als dragende kracht van de economie.

Erkenning als dragende kracht van de economie gaat over meer dan geld. Het gaat om respect voor mensen die met hun handen en hun kennis iets opbouwen: de vakman die een ambacht beheerst, de boer die voedsel produceert, de zelfstandige die met eigen inzet een bestaan opbouwt.

Waardering krijgt vorm in de manier waarop de overheid over ondernemers spreekt en met hen omgaat: als partners met kennis van zaken, niet als risico’s die vooral moeten worden gecontroleerd. Zij blijkt ook uit de vraag of beleid het doorgeven van vakkennis aan een nieuwe generatie ondersteunt.

14. Faciliterende overheid

Regels moeten noodzakelijk, begrijpelijk en uitvoerbaar zijn.

Het laatste uitgangspunt vat de voorgaande samen in drie criteria. Noodzakelijk: er is een duidelijk doel dat niet op een eenvoudiger manier kan worden bereikt. Begrijpelijk: een ondernemer kan zonder dure adviseurs nagaan wat er van hem wordt verwacht. Uitvoerbaar: de regel kan in de praktijk worden nageleefd en door de overheid zelf worden toegepast.

Faciliteren betekent niet dat de overheid alles voor ondernemers regelt. Het betekent dat zij voorwaarden schept waarbinnen ondernemers zelf kunnen bouwen, en dat zij zich opstelt als betrouwbare partner in plaats van als hindernis.

Samen vormen deze uitgangspunten een maatstaf voor de manier waarop de NCPV beleid beoordeelt dat ondernemers raakt. Steeds keren dezelfde vragen terug: is een regel nodig, is hij begrijpelijk en uitvoerbaar, blijven de spelregels betrouwbaar, en wat betekent een besluit voor het kleinste bedrijf dat ermee te maken krijgt?

Ondernemerschap staat daarbij niet los van de andere kernwaarden. Het hangt samen met vrijheid en eigen verantwoordelijkheid, met bestaanszekerheid en werkgelegenheid, met de kracht van de regio en met een overheid die doelmatig en met menselijke maat werkt. Waar ondernemers de ruimte krijgen om te groeien, te investeren en werkgelegenheid te creëren, heeft de samenleving als geheel daar baat bij.

Samenhang

De twintig kernwaarden staan niet los van elkaar. Zij versterken elkaar, begrenzen elkaar soms en moeten in concrete besluiten tegen elkaar worden afgewogen. Hieronder volgen vijf thema’s waarin die samenhang het duidelijkst zichtbaar wordt. Zij laten zien hoe de NCPV de waarden in onderlinge verhouding leest en welke vragen daaruit volgen voor de beoordeling van bestuur en beleid.

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Vrijheid is voor de NCPV het uitgangspunt: de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om eigen keuzes te maken en de vrijheid om te ondernemen. Die vrijheid is geen gunst van de overheid, maar iets wat de overheid hoort te beschermen. Een overheid die terughoudend is met regels en bureaucratie, laat die vrijheid tot haar recht komen.

Tegelijk is vrijheid onlosmakelijk verbonden met verantwoordelijkheid. Wie de ruimte krijgt om zelf te kiezen, draagt ook de gevolgen van die keuzes en heeft oog voor gezin en omgeving. Juist die verantwoordelijkheid maakt een terughoudende overheid mogelijk: waar mensen zelf zorg dragen, is minder toezicht nodig. Democratische zeggenschap vormt de publieke kant van dezelfde gedachte: burgers die verantwoordelijkheid dragen, horen ook werkelijk invloed te hebben op het bestuur.

Voor de beoordeling van beleid volgt hieruit een dubbele vraag: laat een maatregel voldoende ruimte voor eigen keuzes, en spreekt hij burgers aan op hun verantwoordelijkheid in plaats van die over te nemen?

Betrokken kernwaarden:

Nationale belangen en rechtsorde

Het vertrekpunt van de kernwaarden is dat Nederlandse burgers, nationale belangen en nationale besluitvorming centraal staan. Daaruit volgt dat Nederland zoveel mogelijk zelf moet kunnen beslissen over grenzen, migratie, economie, energie en wetgeving. Die zeggenschap heeft alleen betekenis wanneer de overheid haar ook kan waarmaken: door criminaliteit te bestrijden, grenzen te bewaken, wetten consequent te handhaven en bevolking, grondgebied en vitale infrastructuur te beschermen.

Nationale belangen en rechtsorde komen ook samen bij immigratie en integratie. Immigratie en asiel moeten controleerbaar zijn en aansluiten bij wat het land kan dragen; wie duurzaam in Nederland woont, respecteert de rechtsstaat, leert de taal en neemt deel aan de samenleving. Zo worden rechten en verplichtingen in samenhang bezien.

De vraag die deze waarden verbindt, is of Nederland in staat blijft zelf te bepalen hoe het land wordt bestuurd en beschermd, en of de regels die daarvoor gelden ook werkelijk worden nageleefd.

Betrokken kernwaarden:

Ondernemerschap en bestaanszekerheid

Bestaanszekerheid en ondernemerschap worden soms als tegenpolen gezien, maar voor de NCPV horen zij bij elkaar. Werk ontstaat waar ondernemers, zelfstandigen, familiebedrijven, boeren en vissers de ruimte krijgen om te groeien en te investeren. Daarmee ontstaan banen en inkomens waarop huishoudens kunnen bouwen. Omgekeerd hebben ondernemers baat bij huishoudens die financieel stabiel zijn en vooruit kunnen kijken.

Het gemeenschappelijke principe is dat werken en investeren moet lonen, voor de werknemer en voor de ondernemer. Beiden worden geraakt door dezelfde factoren: de lasten op arbeid, de betaalbaarheid van energie en de voorspelbaarheid van overheidsbeleid. Verantwoord financieel beleid is daarbij een voorwaarde, omdat een overheid met degelijke financiën minder snel gedwongen wordt tot plotselinge lastenverzwaringen.

Beleid wordt in dit licht getoetst op de gevolgen voor beide tegelijk: wat betekent een maatregel voor het besteedbare inkomen van werkende huishoudens, en wat voor de ruimte van ondernemers om te investeren en mensen in dienst te nemen?

Betrokken kernwaarden:

Regio en verbondenheid

Nederland is meer dan zijn grote steden. In dorpen, kleine steden en op het platteland bepalen voorzieningen, bereikbaarheid en een levensvatbare agrarische sector of gemeenschappen kunnen blijven bestaan. De NCPV wil dat die belangen volwaardig meetellen en dat beleid niet uitsluitend vanuit de Randstad wordt bepaald.

Juist in de regio is zichtbaar hoe gemeenschapszin en cultuur samenhangen. Gezinnen, buurten, verenigingen en lokale gemeenschappen dragen de tradities, de streekcultuur en de onderlinge zorg die een plaats leefbaar maken. Boeren, vissers en familiebedrijven zijn daarin vaak diep geworteld. Wanneer een school, een winkel of een busverbinding verdwijnt, raakt dat niet alleen de voorziening zelf, maar ook het weefsel van de gemeenschap.

De toetsvraag is daarom of een besluit rekening houdt met de gevolgen buiten de grote steden, en of het de verbanden versterkt die het leven in de regio dragen.

Betrokken kernwaarden:

Uitvoerbaarheid en financiële degelijkheid

Een aantal kernwaarden gaat niet zozeer over wat de overheid wil bereiken, maar over hoe zij dat doet. Minder bureaucratie, menselijke maat, verantwoord financieel beleid en pragmatisch bestuur vormen samen een maatstaf voor de kwaliteit van bestuur. Zij vragen om een overheid die begrijpelijke regels stelt, bereikbaar is voor burgers en ondernemers, zorgvuldig omgaat met belastinggeld en haar beleid beoordeelt op wat het in de praktijk oplevert.

Deze waarden versterken elkaar. Eenvoudige regels zijn beter uit te voeren en goedkoper in beheer. Een overheid die haar beleid eerlijk evalueert, kan uitgaven beëindigen die niet werken. Een uitvoering met menselijke maat voorkomt fouten waarvan het herstel later veel zwaarder kan uitvallen. Bij klimaat- en energiebeleid worden uitvoerbaarheid en betaalbaarheid zelfs uitdrukkelijk als toetsstenen genoemd.

Voor elk beleidsvoorstel geldt zo dezelfde reeks vragen: is het nodig, is het uitvoerbaar, is het betaalbaar, en wordt achteraf nagegaan of het werkt?

Betrokken kernwaarden:

Documentinformatie

Kernwaarden en uitgangspunten is een uitgave van de Nationaal Conservatieve Patriottische Volkspartij (NCPV). Dit is versie 1.0, gepubliceerd op 30 september 2026.

De uitgave is gebaseerd op de NCPV-brontekst ‘Kernwaarden en ondernemerschap’. De kernzinnen van de twintig kernwaarden, de uitgangspunten voor ondernemers en de kernformulering over ondernemerschap en economische vrijheid zijn daaruit letterlijk overgenomen. De overige tekst is een toelichting op die bestaande uitgangspunten.

Deze uitgave is geen verkiezingsprogramma. Zij bevat geen wetsvoorstellen, bedragen, percentages of termijnen en voegt geen standpunten toe aan de brontekst. De voorbeelden bij de kernwaarden zijn illustratief bedoeld. Zij beschrijven geen bestaande personen, plaatsen, organisaties of gebeurtenissen en geen genomen besluiten.

Bij het opstellen van deze uitgave zijn geen externe bronnen gebruikt. Latere versies kunnen de toelichting aanvullen of verduidelijken; versienummer en datum geven aan om welke tekst het gaat.

Versie 1.0, 30 september 2026.

Terug naar boven